Wie betaalt de procedurekosten ?

Sommigen onder u hebben het misschien reeds ondervonden : het voeren van een procedure kan veel geld kosten. Over welke kosten gaat het zoal ?

- Vooreerst zijn er de advocaatkosten. De regel is dat elke partij zijn eigen kosten van verdediging moet dragen. Elke partij betaalt dus zelf zijn advocaat.

Zolang de advocaat zich beperkt tot het geven van advies, het opstellen van contracten of het bemiddelen zonder procedure, kan u deze kosten niet terugkrijgen van een eventuele tegenpartij !

Zodra u een procedure start, kan u deze kosten gedeeltelijk terugkrijgen (zie hieronder).

- Zodra u aan een procedure begint zijn er ook nog andere kosten :

· kosten van de gerechtsdeurwaarder, o.a. de kosten van de dagvaarding, van vaststellingen, van betekening van het vonnis en beslagkosten.
· kosten van de rechtbank : doorgaans zijn deze kosten eerder beperkt : het gaat dan over rolrechten (bv. voor een verzoekschrift hoger beroep), griffierechten enz.
· andere kosten : hierbij vallen vooral de expertisekosten op. In sommige procedures zal de rechtbank geen beslissing kunnen nemen zonder een deskundige aan te stellen (architect bij bouwbetwistingen, geneesheer voor het bepalen van invaliditeit enz.).De verslagen die door de deskundige worden opgesteld zijn vaak zeer duur.

Vereenvoudigd voorgesteld kan men zeggen dat hier meestal de regel geldt dat diegene die een procedure verliest, ook veroordeeld wordt tot de kosten.

Welke kosten kan een partij die een procedure wint, terugbetaald krijgen van de verliezende partij ?

- zogenaamde gerechtskosten : dit zijn de kosten van de rechtbank en van de gerechtsdeurwaarder (zie hierboven). Deze kosten moeten in principe volledig terugbetaald worden door de verliezende partij.
- expertisekosten : idem
- advocaatkosten : hier stelt zich meestal een probleem : de advocaatkosten werden steeds beschouwd als eenzijdige kosten van verdediging. Toch kon de partij die de procedure volledig won hiervan een gedeeltelijke terugbetaling krijgen onder de vorm van de wettelijke rechtsplegingsvergoeding (art. 1022 Ger.W.).

De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire vergoeding die de verliezende partij moet betalen aan de winnende partij, rekening houdende met de waarde van de betwisting en de rechtbank voor dewelke een procedure gevoerd wordt.

Een voorbeeld : gaat de procedure over minder dan 2.500,00 EUR en wordt zij gevoerd voor een Vredegerecht : de verliezende partij moet dan 174,75 EUR betalen aan de winnende partij. Gaat de betwisting over meer dan 2.500,00 EUR en wordt zij in beroep gevoerd voor het Hof van Beroep : de verliezende partij moet dan 466,05 EUR betalen aan de winnende partij.

Het probleem is echter dat deze vergoedingen niet volstaan om de normale behandelingskosten van een dossier te dekken.

Indien een eisende partij slechts gedeeltelijk gelijk krijgt, dan zal desgevallend de verliezende partij slechts een gedeelte van de kosten moeten betalen en blijft het andere gedeelte ten laste van de eisende partij.

Een voorbeeld : u geeft aan een aannemer opdracht om een verbouwing uit te voeren. De totale factuur beloopt 10.000,00 EUR. Er zijn een aantal gebreken in de uitvoering. Om die reden beslist u helemaal niets van de factuur te betalen. Er wordt een expert aangesteld en deze adviseert dat er slechts gebreken zijn voor een bedrag van 2.500,00 EUR.

In deze situatie zou de rechtbank kunnen beslissen dat de eisende partij 3/4de van de kosten zelf ten laste moet houden !

Er is echter ook goed nieuws ! In een recente uitspraak (02.09.2004) besliste het Hof van Cassatie dat het ereloon en de kosten van een advocaat deel uitmaken van de schade die de benadeelde heeft geleden, waardoor de rekening van de advocaat door de winnende partij van de verliezende partij kan gevorderd worden.

Opgelet : deze regel geldt enkel voor contractuele betwistingen. Bovendien moet nog afgewacht worden hoe en wanneer de lagere rechtbanken deze regel effectief zullen toepassen.

Anderzijds is ook recentelijk geoordeeld door het Hof van Cassatie dat de erelonen en kosten van advocaten die een belastingsplichtige bijstaat in een geschil of procedure in het kader van diens beroepswerkzaamheid, evenzeer in de kosten kunnen gebracht worden zoals vroeger reeds de aftrek van erelonen voor accountants, boekhouders en fiscalisten werd toegestaan (Com. Ib., 1992, nr. 53/28).

De les die men uit dit verhaal moet trekken : bespreek met uw advocaat de te verwachten kosten van zijn optreden.

Gerelateerde publicaties

Het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Bewijsrecht

En dat laatste is vaak een probleem als partijen met elkaar hebben onderhandeld in onderling vertrouwen zonder daarbij iets op papier te zetten. Een reactie die men vaak heeft is dat men dit probleem in de schoenen van de andere partij tracht te schuiven: “Ik heb gelijk, bewijs nu maar dat ik ongelijk zou hebben.”

De Vrederechter : een Verzoeningsrechter ?

Problemen en betwistingen hoeven niet noodzakelijk via een klassieke gerechtelijke procedure te worden opgelost. Zeker de kleinere betwistingen kunnen soms worden opgelost via een zogenaamde “oproeping in verzoening” voor de vrederechter. Het belangrijkste voordeel is dat dit snel gaat en er geen kosten aan verbonden zijn